Verslag Gezinsdienst op zondag 31 maart 2019

Thema: “Een sprong in het diepe”
Een ieder werd welkom geheten in de stad “Ninevé”. Voor de dienst kon elk een kaartje uit een enveloppe nemen, en de opdracht die daarop op stond uitvoeren. Daaruit vloeide voort dat er een hevig en luidruchtig Ninevé ontstond. Zeg maar gerust “een georganiseerde chaos”. Totdat er op eens een stem was, die riep “JONA”. Direct viel er een grote stilte.

Vooraan in de kerk op het podium was een man heel hard aan het rennen. En die man was “Jona”. Jona was gevlucht voor God. En waarom? God wou dat Jona naar de stad Ninevé trok om de inwoners van deze stad te waarschuwen. Deze mensen deden wat kwaad was in de ogen van God. Maar Jona had hier geen zin in. Hij zei: “Laat God zelf de inwoners maar straffen! Eigen schuld, dikke bult.”

Er staat een boot gereed om uit te varen. Drie jonge gemeenteleden bieden zich spontaan aan om de kapitein en matroos te spelen. Zij nemen Jona mee op weg naar Tarsis. Tijdens de reis valt Jona in een diepe slaap. Maar plotsklaps ontsteekt er een storm die het schip hevig heen en weer doet slingeren. De kapitein maakt Jona wakker en schreeuwt dat hij zich goed moet vasthouden. De matrozen roeien wat ze kunnen, maar niets is opgewassen tegen deze storm. De kapitein brult dat ze allemaal naar beneden moeten. Sommige matrozen hebben een beeldje van hun eigen afgod en er worden gebeden gemompeld. Maar niets helpt. Het blijft stormen, zelfs nu de lading overboord gegooid is.

Wat nu? De kapitein geeft ieder een steentje in zijn hand. Wie een steentje met een stip heeft is de klos. Dan blijkt dat Jona de steen met een stip heeft. Jona maakt zich bekend aan de bemanning, en zegt dat hij een opdracht van God heeft gekregen, die hij niet wil uitvoeren. Jona zegt: “gooi mij maar in de zee , dan zal de storm gaan liggen.” De matrozen pakken Jona en gooien hem in zee. Tot hun grote verbazing gaat de storm direct liggen.

Ondertussen zakt Jona steeds dieper en dieper het water in. Plotseling komt er vanuit het niets een grote vis op het podium gezwommen en slokt Jona naar binnen. Is Jona de enige met een stip op het steentje? Nee, ook de mensen in kerk krijgen een steentje met een stip uitgereikt, en moeten nu ook de walvis in, om zo de sprong in het diepe te wagen.

Na drie dagen wordt Jona door de vis uitgespuugd op het strand. Hij is ontzettend blij dat hij nog leeft. Hij begint hard te rennen van vreugde, en belooft God om de opdracht uit te voeren, en de mensen in Ninevé te waarschuwen dat God boos op hen is. De inwoners van Ninevé schrikken hier hevig van, en beloven dat ze weer het rechte pad op gaan.

Zullen wij als gemeente ook het voorbeeld volgen van de inwoners van Ninevé en de wereld waarschuwen dat ze terug moeten keren op het goede pad?

Geen reacties

Voeg reactie toe